caramel

Vannacht was je even heel dichtbij. Ik zei je dat ik je rechtergrote teen heel mooi vond, maar jij hoorde me niet, het knipperen van je oogleden verraadden een gekke droom. Zinnen die je me ooit verteld had, zoals ‘rien n’aura plus lieu que le lieu’, of ‘juste une image’ of ‘zie daar, de engel’, draaiden als zwarte films met veel beelden en hapering voor mijn ogen.

Twijfelend betast ik de stad, bedekt door een dikke laag donker. Sterren zijn er geen, of amper. Een late wandelaar vertelt me waar jij slaapt, hij telt de silhouetten van de huizen en laat zijn lange, bleke vinger rusten op een breed huis, waaraan kleine balkonnen hangen, als aan een groot gezicht met afhangende wenkbrauwen. De rij huizen vragen zich niet af wie ze herbergen, morgen zijn er weer andere gasten.

Je zal vertrekken, nodig als jij het vindt om te gaan. Een deel van je binnen in mij vertelt me veel, verzacht en pijnigt je vertrek. Onszelf zag ik als een inspirerend koppel dat elkaar nog vele lijnen te schrijven had. De kleine gouden erfenis die je achterlaat streel ik, heb ik lief zonder verplichtingen.

De vele zoete herinneringen aan jou zullen niet meer dagelijks opgefrist worden. Wat overblijft is gecarameliseerde suiker, warm en zwaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Laisser un commentaire

ENVIE DE LECTURE |
laptitedevoreusedelivres |
Emotion Création |
Unblog.fr | Créer un blog | Annuaire | Signaler un abus | Atelier Ecrire Ensemble c&#...
| Au fil des mots.
| Spiralée